Van mensen met psychische aandoeningen en psychosociale beperkingen

‘Dat je over hele wezenlijke dingen met elkaar praat’.

Zingeving vormt een onderdeel van herstel. Er is echter handelingsverlegenheid in zorg rond zingeving. Waar zou deskundigheidsbevordering op gericht moeten zijn? Dit artikel gaat in op een empirisch onderzoek naar de samenhang tussen motivaties van ambulante ggz-professionals om zingeving al dan niet te betrekken in hun zorg, hun competenties hierin en hun persoonlijke manier van zingeven.

Hoewel professionals gemotiveerd zijn, hangt het van hun persoonlijke affiniteit met zingeving af of professionals zingeving in de volle breedte betrekken. Met name vaardigheden in het actief bespreken van existentiële zingeving vragen aandacht in deskundigheidsbevordering.

 

Zingeving en herstel
Het belang van zingeving in herstelondersteunende zorg


Mensen met een psychische aandoening of een psychische kwetsbaarheid hebben vaak (impliciete) zingevingsvragen, bijvoorbeeld rond verlies van levensmogelijkheden, wanhoop en isolement, identiteit en zelfbeeld, mogelijke betekenis van psychisch lijden of het vinden van hernieuwde levensoriëntatie (zorgstandaard Herstelondersteuning, 2021). Ggz-cliënten hebben daarom behoefte aan aandacht voor hun zingevingsproces (Awara & Fasey, 2008; D’Souza, 2002; Van Uden & Pieper, 2000; Van Nieuw Amerongen- Meeuwse et al., 2019). Maar hoewel ook volgens professionals aandacht voor zingeving tot betere behandelresultaten leidt1, voorzien ggz-instellingen slechts gedeeltelijk in deze behoefte (Nieuw-amerongen Meeuwse, Schaap-Jonker & Braam, 2022).

 

Lees dit artikel verder via deze pagina. Nog geen abonnee? Klik dan hier.