Van mensen met psychische aandoeningen en psychosociale beperkingen

Wat ogen zien…

Een reflectie in de vorm van een column van een zorgbestuurder. Wat ogen zien ... wordt door de ziel bepaald. Een collega van mij bracht dit inzicht nog maar eens over het voetlicht toen we spraken over het integraal zorgakkoord akkoord (IZA; VWS, 2022), aangevuld met het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA; VWS, 2025). Ik dacht eraan toen mij gevraagd om een bijdrage in deze publicatie waarin wordt teruggekeken en gereflecteerd op het rapport Over de brug. Ik koos voor een column.

‘De ziel bepaalt, juist in deze column. Ik blijf daarom weg bij cijfers en feiten. Niet het meten staat hier centraal, maar het merken.’

Vragen midden op de brug
Wat zien mijn ogen als ik kijk naar ‘zorg voor mensen die ondersteund willen (moeten) worden bij ernstige psychische aandoeningen’? Wat zien mijn ogen bij ‘participatie en herstel’ als kernbegrippen, en de mate waarin die kernelementen georganiseerd zijn in een maatschappelijke infrastructuur, bestaande uit een netwerk van personen en voorzieningen uit verschillende sectoren (ggz, gemeente, welzijn, zorgkantoren en zorgverzekeraars)?

Dan zie ik dat we nog niet helemaal over de brug zijn. Eerder staan we er nog midden op. We zijn nog steeds zoekende naar wat de betekenis van psychische kwetsbaarheid voor een individu echt is. Is dat een disfunctie, een stoornis, een verstoring, een verhindering van het ‘dagelijkse leven’? 

Vervolgens is de vraag, of we het gedrag dat we zien voldoende verstaan? En gaat het wel om ‘zien’ of meer om ‘gezien worden’. Of ‘laten zien’. Leiden zorgpaden in de ggz (voor mensen met ernstige psychische aandoeningen) tot verlichting of genezing? Is genezing wel een juiste kwalificatie en als we het over herstel hebben zit daar dan niet stiekem behandeling in verstopt?

Tien jaar na Over de brug blijkt het nog steeds verdraaid lastig om ons denken in het zorgstelselstramien van Zvw, Wlz en Wmo te de-institutionaliseren; de asymmetrie tussen de ‘kenner’ en de ‘niet-kenner’ op te heffen en radicaal andere vormen van gemeenschappelijke kennisontwikkeling te introduceren, tussen de hulpvrager en de professional in. We moeten opnieuw leren leren.

Tegelijk zie ik professionals (artsen, ondersteuners en woonbegeleiders) wegen bewandelen die vóór Over de brug veel minder bewandeld werden. Dat is prachtig nieuws en stemt ontzettend hoopvol. Zelfregiecentra komen op als andersoortige ondersteuning. Iemand uit één van die centra vertelde me een poosje geleden: ‘We zijn nog steeds aan het herstellen van wat ons door de reguliere psychiatrie is aangedaan. Daarom willen we niet zomaar meer samenwerken.’ Ik vond dat pijnlijk om te horen en voelde de klassieke neiging om het bagatelliseren. Niet gedaan. Deze brug moet van twee kanten overgestoken worden. Ervaring ontmoet kennis, zoiets.

Ik zie verder een samenleving die druk is; druk met zichzelf en met de drukte. Het is een hele kunst om daarin te navigeren en open te blijven staan voor anderen. We hebben snel een oordeel klaar en conclusies getrokken, lang niet altijd in het voordeel van mensen die ondersteuning vragen. Tegelijkertijd zie ik ook ‘beweging’: bij bestuurders, organisaties, bij beleidsmakers en financiers. Ik voel me heel bevoorrecht om met toegewijde professionals te mogen werken die vanuit de wetenschap, de theorie en de praktijk zoeken naar nieuwe wegen, aan gene zijde van de brug. Bevoorrecht om met mensen te mogen werken die diepere betekenis aan het leven (van anderen) geven door wat zij zelf hebben doorgemaakt of nog doormaken.

Lees het artikel via deze pagina. Nog geen abonnee? Klik dan hier.